Jonge kinderen leren wanneer ze spelen. Dat is de insteek van de lectorale rede die dr. Annerieke Boland op 7 januari uitspreekt aan Hogeschool iPabo in Amsterdam. De nieuwe lector Jonge Kind vindt dat docenten en pedagogisch medewerkers zich dan ook vooral moeten richten op het stimuleren van spel. Dan ontwikkelen zij zich in de volle breedte.

Onderaan dit artikel vind je de uitgave bij de rede van Annerieke Boland.

In haar rede gaat Boland in op de vraag wat de bedoeling is van onderwijs aan jonge kinderen. Haar stelling is dat er in veel peuter- en kleutergroepen in de vroeg- en voorschoolse educatie (vve) en in het basisonderwijs ten onrechte een onderscheid gemaakt wordt tussen spelen en leren. “Dat heeft geleid tot een eenzijdige focus op lezen, schrijven en rekenen”, zegt Boland. “Ook worden er vaak werkvormen ingezet die niet passen bij jonge kinderen, zoals werkbladen, klassikale lesjes in de grote kring en toetsen. In deze settingen leren jonge kinderen vooral nadoen wat juf of meester voordoet”. Boland pleit ervoor dat leerkrachten de ontwikkeling stimuleren door vanuit inleving en verbondenheid met kinderen het spel te verdiepen en verrijken.

Doelen van jonge-kind-onderwijs
Uit onderzoek is duidelijk dat de ontwikkeling van kinderen tussen twee en zeven jaar oud sterk van invloed is op het sociaal en cognitief functioneren op volwassen leeftijd. Peuters en kleuters verdienen dan ook een benadering die hen recht doet en hun ontwikkeling op de beste manier ondersteunt. Maar welke ontwikkelingen zouden dan eigenlijk gestimuleerd moeten worden?
Boland stelt dat het gaat om twee belangrijke bewegingen vanuit het kind zelf. Enerzijds willen jonge kinderen de wereld om hen heen, die nog nieuw voor hen is, ontdekken, zich eigen maken, en er deel aan nemen. Dat kan gaan om het ontdekken van materialen, zoals water, zand en modder, maar ook om culturele praktijken, zoals de supermarkt of de fietsenmaker.
Anderzijds ervaren kinderen in de interactie met anderen steeds meer dat iedereen verschillend is; ze ontdekken wie ze zelf zijn als persoon en hoe ze zich verhouden tot anderen.

Rol van de leerkracht
Onderwijs aan jonge kinderen moet beide bewegingen ondersteunen en stimuleren, aldus de lector. Peuters en kleuters hebben de leerkracht nodig als bemiddelaar tussen de wereld en henzelf: het is de leerkracht die kinderen vertrouwd maakt met voor hen nog onbekende aspecten van de wereld. Daarnaast hebben ze de leerkracht nodig als degene die de veiligheid en de ruimte creëert om zichzelf als uniek persoon te kunnen ervaren en ontplooien, in interactie met andere kinderen, die allemaal verschillen van elkaar.

Spel als motor van ontwikkeling, verbondenheid als basis
Binnen de context van spel kan de leerkracht zowel nieuwe elementen uit de sociaal- culturele wereld introduceren als het kindinitiatief ontlokken en ondersteunen. Kinderen spelen de volwassen wereld na en zijn daarin voortdurend in interactie met elkaar. Boland: ‘In het lectoraat Jonge kind zoeken we naar manieren om leerprocessen in het spel op gang te brengen, waarbij de betrokkenheid en de eigen inbreng van kinderen in stand blijven.’ Volgens Boland is een van de belangrijkste kwaliteiten van een jonge kind-professional het vermogen zich in te leven in de ervaringen en gedachten van kinderen. Vanuit verbondenheid met het spel van de kinderen is het mogelijk om kinderen op elkaar te betrekken en hun spel te verdiepen en te verrijken, ook met lezen, schrijven en rekenen. Niet als geïsoleerde vaardigheid, als lesje aan een tafeltje, maar als onderdeel van het verhaal dat kinderen spelen en waarin het lezen, schrijven en rekenen vanzelfsprekend een rol speelt.

Bron: ANP Perssupport

Pin It on Pinterest

Deel dit

Deel dit in je netwerk!