Moet de kwaliteit van de toetsen of de kwaliteit van het onderwijs centraal staan? De tweede kamer debatteerde deze week over de onderwijsbegroting. Een aantal partijen geven aan dat de toetscultuur uit de hand begint te lopen.

Scholen moeten af van de ,,toetsgekte” die is ontstaan, vindt de SP. De verplichte toetsen, zoals de eindtoets in het basisonderwijs en de rekentoets in het voortgezet onderwijs en het mbo, zijn volgens de grootste oppositiepartij niet nodig en het is bovendien onterecht om een school erop af te rekenen. Daarnaast zadelt het scholen en leraren op met nog meer administratieve rompslomp. SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk wil daarom af van de ,,afrekencultuur” die in het hele onderwijs is doorgevoerd.

Scholen moeten niet meer worden afgerekend op de resultaten die hun leerlingen halen bij de toetsen. Dat vindt de PvdA. Volgens Kamerlid Loes Ypma neemt een onderwijsinspecteur op scholen nu eindeloos mappen met toetsresultaten door. Maar in de ogen van Ypma moet de inspecteur gesprekken met docenten voeren. Ze vindt dat de kwaliteit van het onderwijs centraal moet staan en niet de kwaliteit van de toetsen. De SP vindt dat scholen en leraren het vertrouwen moeten krijgen om goed onderwijs te geven. De overheid moet zorgen voor goede leraren(opleidingen) en voldoende geld. De inspectie moet alleen ingrijpen als het echt mis is.

De SGP en D66 hebben de handen ineengeslagen voor een initiatiefwet die de ruimte en vrijheid van scholen moet garanderen. Daartoe willen ze een begrenzing van de taken van de Onderwijsinspectie, die ze nu soms te bemoeizuchtig vinden. Een woordvoerder van de SGP heeft een bericht daarover in de Volkskrant donderdag bevestigd. Het CDA heeft zich achter het plan geschaard.

Bron: de Stentor

Lees hier een artikel uit de Volkskrant (2001) over de toetsgekte.